ikbenlianne

Ik lijd aan een sociaal leven

Ik heb geld nodig. Best veel geld eigenlijk. En er zit misschien niet zo heel veel op. Wanneer ik Google afstruin met de vraag: ”hoe kom ik makkelijk aan geld?” dan krijg ik het aanbod om in mijn blootje achter een camera plaats te nemen. Of ik moet 3 weken zonder vrienden en internet plaatsnemen in een laboratorium in Groningen waar ze me vol gaan spuiten met vloeistoffen die ik niet kan uitspreken. Ik heb al twee baantjes, twee en een half eigenlijk, en ik weet ook niet of de roostermakers het leuk vinden om te horen dat ik nog eens 3 weken vakantie wil. Of nog erger: dat mijn collega’s klaar zijn met werken en om 12 uur ‘s avonds thuiskomen, de tv aanzetten en mij dan in een luipaardprint badjas, op een luipaardprint bank, met luipaardprint behang in een luipaardprint leven zien.

Het duurde even tien minuten voor dat ik dit beeld uit mijn hoofd kon zetten. Maar nee, ik moet me realiseren dat één baantje erbij me echt niet meer geruststelling gaat geven. Ik lijd aan een (sociaal) leven. Dit klinkt best wel heftig en misschien moet ik toch maar effe onderzocht worden door 12 mannen in witte pakken in Groningen. Maar ik wil alles, ik vergelijk alles, ik doe alles, ik probeer alles, ik ben overal en toch ben ik net niet op genoeg plekken om iedereen (en daarbij ook mezelf) te pleasen. Ik ben 22, ik moet alles weten en mijn Bachelor of Communications is eigenlijk meer een Bachelor of Alles. 22 jaar en nu al zaken, nu al met je haren in het hoofd en nu al vervelende brieven binnen van de zorgverzekering (dat gebeurt normaalgesproken al sinds je 18e, maar bij mij duurde het allemaal even voordat ze naar het juiste postadres werden verstuurd..)

En geloof me: een sociaal leven gaat allang niet meer over samen wijnen. Het gaat over relaties, beloftes maken aan elkaar, nieuwe mensen ontmoeten, over je werk praten en ondertussen ook nog eens de ander entertainen en ‘inspireren’. Bovendien kost een sociaal leven ook nog eens een vermogen. Er moeten altijd maar kaasjes, speltbrood en tegenwoordig ook Gin Tonic bij. Waarvan er dan ook nog eens drie van je ‘gezelligheidsdieren’ eerder weggaan en nooit meer terugkomen op het feit dat je nog 26,50 van ze krijgt.

Ik heb nu trouwens wel een soort van tussenweg gevonden: social deal en vakantiepiraten. Als ik wil uiteten doe ik dit voor niet meer dan 12 euro en vliegen naar een warm land doe ik alleen maar als ik in Amsterdam kan opstappen en het me niet meer dan 20 euro kost. Alleen vraag ik me af of ik hier een beter mens van word. Ik gun de mensheid geen stuiver meer uit mijn portemonnee en ik eis, net zoals de kortpittig generatie, elke 20 cent die heb uitgeleend terug. Geld maakt me hard, gemeen en meedogenloos.

Mag ik terug naar die tijd dat iedereen een figuur uit Hamtaro mocht zijn en dat we een huis maakten in de zandbak? Dat was tenminste spontaan, je gunde elkaar alles en bovendien: het was gratis, en onbetaalbaar. Alles kost tegenwoordig geld en geld maakt mij blijkbaar wel gelukkig. Ik hoop dat het net zo gaat werken als het hebben van een TV: als je het hebt is het chill, en zo niet dan maakt heel DWDD je ook geen bal meer uit.

Goed, het duurt nog even voordat het nieuwe salaris wordt gestort.
Maar de komende maand ga ik eens proberen sociaal te zijn in plaats van sociaal te doen.
Ik hoop dat dat me weer een beetje Lianne maakt.

 

Advertisements

En dan word ik nooit niet-gelukkig

Iedereen kent ze wel. Van die oude, verstrooide liefdes die van 2010 – 2013 ongeveer je leven bepaalde. Of nou ja, niet je leven. Op die leeftijden kon je sowieso nog niet helder denken.
Nu, jaren later hoor je er niets meer van. Zie je op Facebook dat ze de wereld rondreizen, dat ze een huis hebben gekocht of dat ze hun profielfoto veranderen in blauw, wit en rood gestreepte kleuren. Ik vraag me dan altijd af wat er van hen geworden is. Ik vraag me ook af of ik ze ooit nog zou willen zien of dat ik me daarbij juist heel ongemakkelijk zou voelen. En was het allemaal niet een beetje ‘net-niet?’. Ik bedoel, we waren ergens rond de 17. We kwamen net uit het disco-zwem en poffertjes tijdperk en ineens had je dan een Tilburgse tongzoendate.
Goede gesprekken waren er eigenlijk nooit. Of nou, dat dacht ik wel altijd. Ik vond mezelf nogal goed uit de hoek komen af en toe. Maar eigenlijk deed ik altijd maar wat. Ik probeerde met rare opmerkingen een gesprek aan te knopen. Of mensen huisdieren hebben en zo. Ergens wilde je je heel graag binden, maar aan de andere kant was je als de dood voor verkeringen. Niet dat iemand dat toen ook wilde. Je leefde in een studentenstad. Niemand had verkering daar. Liefde vloog nou eenmaal niet zo snel over de bar als een glas rosé bier.

Als je nu terugkrijgt. Wat was het toch ook allemaal prullenbakkenliefde. Totaal ongemakkelijk. Totaal nietszeggend.

Maar aan de andere kant. Zit ik nu achter een computer, telefoontjes op te nemen en Salim te appen of hij boodschappen wil doen. Aan mijn wasrek hangt nu ook af en toe zijn was en ik gebruik zijn Netflix en Spotify. Ik heb gisteren een Jupiler boxershort gewonnen bij een pubquiz en in plaats van dat ik hem op mijn hoofd zet en een pul bier leegdrink, geef ik de boxershort aan hem. Mijn vriendinnen vinden hem leuk, mijn moeder knuffelt hem bont en blauw als hij weer eens komt eten en mijn vader vertelt nog meer aan hem dan aan mij. We doen aan stadswandelingen, politieke discussies voeren, we maken grappen en zeggen dingen die er toe doen. Al dacht ik hier 3 jaar geleden nog heel anders over. Ik was bang dat ik degelijk werd. Al ben ik er nu achter dat verliefd zijn helemaal niet degelijk hoeft te zijn. Al klinken de dingen hierboven natuurlijk kneiter degelijk. Maar ik denk, zolang wij alles met een Marokkaans-Brabantse, brabonegerlijke, zelfspot kunnen bekijken, dan blijft alles goed. En dan word ik nooit niet-gelukkig.

Wie is de vluchteling?

Afgelopen dinsdagavond stond ik met mijn twee waardige collega’s van de Stayokay bij de achterzijde van Amsterdam Centraal, vlakbij de veerpont. Het was koud, regenachtig en ik had eigenlijk toen al spijt dat ik niet in mijn bed ben blijven liggen en de Grote Verbouwing af kon kijken. Iets voor zessen, keurig op tijd, stonden we als huismusjes midden op een snelweg van reizende, werkende en gehaaste meeuwen die maar één ding wilden: naar huis. Tussen dit massaverkeer in waren wij aan het zoeken naar een teken, een teken dat we op de goede plek waren. We hoopten namelijk een groepje mensen te vinden bij een stand, en een bord met daarop: Refugees Welcome Amsterdam. Vluchtelingen verwelkomen, dat was het plan.

Het was de bedoeling dat we op deze dinsdagavond eindelijk een keer iets goeds zouden doen voor de mensheid. Gewoon, een beetje bescheiden iets goeds willen doen wat niet meteen aan de grote klok hoeft worden te hangen. 3 uurtjes maar, even vluchtelingen redden en dit daarna evalueren met een wijntje.

De grote klok tikte maar door en op een gegeven moment merkte ik bij mezelf een lichtelijke frustratie. Er was helemaal geen stand, geen bord, geen teken, er was niemand. Alsof we in één grote Facebookgrap zijn getrapt. Alsof je helemaal naar Haren gaat voor een project X party en uiteindelijk is er een project niks.

Om kwart over zes kwamen we gelukkig in contact met wat vrijwilligers. Zij zaten ergens in een hoekje van het station en ook zij wisten eigenlijk niet wat er gebeuren ging. Er was een ouder vrouwtje waarvan ik nog steeds niet snap dat ze erbij was en een meisje wat al vaker mee had geholpen. De organisatie was nergens te bekennen. Nog wat minuten later kwam een meisje aangelopen die ik eigenlijk ook al meteen irritant vond en het werd nog irritanter toen bleek dat zij een van de organisatoren was. Een verschrikkelijke chaoot, dat was ze. Het eerste half uur was het rommelig, verwarrend en we hadden nog steeds geen idee. De journalistieke 5 w’s en 1 h. Ik wist er verdomme geen één.

Een moment later werden we door de chaotische chick naar buiten gestuurd om voedsel en andere spullen op te halen bij de Regenboog. Ik wist eerst ook niet wat dat was maar dat blijkt dus een organisatie te zijn die onderdak biedt aan daklozen. Iets langer dan vijf minuten liepen we achter twee andere vrijwilligers aan als een kip zonder kop. Het regende, het was koud en ik had nu nog meer spijt van alles. Eenmaal daar kregen we een bolderkar mee en liepen we weer dezelfde weg terug. Op de terugweg begonnen we met zijn drieën al langzaam plannen te maken wanneer we het beste konden vertrekken.

Toch, overweging na overweging, hadden we besloten om het nog even aan te kijken. Er werd een oranje XXL shirt naar ons toegeworpen met daarop: Welcome Refugees en een Arabische tekst. Waarschijnlijk stond daar dan de vertaling. Of rot op. Je weet het nooit nie.
Na één uur werd duidelijk dat we bij de treinen moesten gaan staan. Tussen alle reizende, werkende en gehaaste meeuwen in, die allemaal niets liever wilden dan naar huis. Geloof het of niet: in die mensenmassa werden wij aangespoord om mensen aan te gaan spreken en te vragen of ze misschien vluchteling zijn. Ik heb me niet vaak zo gênant gevoeld.

Hoewel dit niks voor ons was, is dit wel iets voor RTL. Zet drie getinte mensen op een rijtje en laat ze alle drie iets zeggen. Zet een jury op draaiende stoelen en ze kunnen op de knop drukken als ze denken de Voice van de vluchteling te horen. Of iets met So you think you are een vluchteling. Maar dat moeten ze in Hilversum maar even uitzoeken.

Wat ik allemaal ooit nog zou willen doen, ooit, een keer, en als het niet kan dan doen we het gewoon niet.

Creatief schrijven studeren in Antwerpen en daar ook wonen
Pianospelen als een baas
Met een foodtruck door Europa en limonades in 100 smaken verkopen.
Een boek uitbrengen
Een huis kopen in Haarlem
Een ECHT leuke tent beginnen in Haarlem
Meedoen aan een open podium
Berlijn bezoeken
Een niet normaal heerlijk 3-gangen diner bereiden
Gitaarles nemen
Een heel groot tuinfeest geven met mooie lampionnen
Een winterslaap houden
Een geniale speech uitbrengen bij een bruiloft
En daarna het hele buffet leeg eten

Roekeloos

Ik ben nu eigenlijk een beetje bang. Ik heb al te lang niets meer geschreven dus dit kan kei en kei gênant gaan worden. Misschien moet je af en toe ook gewoon stoppen met iets. Een oud klasgenootje zei eens dat ze altijd op het toppunt van een feestje naar huis gaat. Maar wanneer weet je nou wanneer je op je toppunt zit? Ik kan zoiets gewoon niet denk ik. Als het ene toppunt is geweest wil ik nog een topper toppunt. Daar streef ik naar. Op feestjes dan, qua ambities stop ik gewoon vrij snel.

Waar ik nu allemaal mee bezig ben? (Ja ik maak er even een interview met mezelf van.)
Nou, ik ben nog steeds weg van eten en ik werk bij een Joods verslavingscentrum. Hopelijk is dit dus niet mijn toppunt..
Weet je dat ik gewoon mijn wachtwoord van WordPress vergeten was? Het was bijna het einde geweest van mijn carrière als Ikbenlianne-blogger. Dat was wel even schrikken.

Ik zat vandaag dus te denken om bij een schrijfclubje te gaan. Van die mensen met problemen, die samen gaan wandelen en die ‘s avonds tijdens een kringgesprek hun best geschreven alinea mogen voorlezen. Maar dan wel ergens in Nieuw-Zeeland. Na al dat gehip van iedereen op Facebook wil ik ook. Mijn nieuwe profielfoto wordt dan dat ik op een berg zit met een notebook en zo’n hipsterbril op. Maar ik denk dus dat, als ik dit ga doen, ik bij van die Koefnoen typetjes terecht ga komen. Die met hun rugzakje en hun sokken in sandalen heel zweverig gaan zitten te lopen te doen. Van die mensen die ‘hun problemen eruit willen schrijven’.

Dat is misschien nu ook wel een beetje mijn probleem: alles gaat goed. Heel irritant. Ik heb de laatste tijd niks meer te klagen. Ik vind het nu zelfs vervelend als mensen zitten te lopen te klagen te lopen. Maar ik ga daar niet over klagen, want dan krijgen die mensen alleen maar aandacht. Ik ga ook geen voorbeelden noemen want dat kan je zelf ook vast wel bedenken.
Maar alles gaat dus goed eigenlijk. Maar ik vind dat dus ergens wel heel vervelend. Klagen is voor mij eigenlijk een hobby. En die hobby heb ik nu niet meer. Vergelijk het maar met schilderen en dat ineens je hand eraf wordt gehakt. Weg hobby.

Maar ik merk dat ik afdwaal,
afdwaal in een verhaal wat nooit echt een duidelijke weg heeft gehad.

De een die rijdt een tractor, de ander hobbelt op een paard. De een die lijkt uniek, maar wat is uniek zijn nu nog waard?

In de straat van mijn ouders woont een jongen. Mijn buurjongen, een jongeling. Hij is een reiziger die voor mij het reizen opnieuw heeft uitgevonden. Alsof ik het woord reizen nog nooit heb gehoord terwijl iedereen dood wordt gegooid met mensen die ‘effe een jaartje ertussenuit willen.’ Een tijdje terug kocht hij een oude tractor via Marktplaats, hiermee vertrok hij naar Finland. 3000 kilometer, een pokkeneind. Tijdens deze reis maakte hij verhalen, over hoe hij iets meer snelheid had dan een voorbijganger, over het praten in jezelf en hoe het begrip traagheid hem bezighield. Hij woont tegenover ons en ik spreek hem niet zoveel. Ik zie hem wel eens lopen. Eerst had hij nog dreadlocks, nu is hij wat ouder en heeft hij gewoon een kapsel, zoals  iedereen eigenlijk. Je ziet het niet en als je met hem praat hoor je het misschien ook niet meteen, maar hij heeft de mooiste verhalen. Ik hoor deze verhalen dan weer van de buurvrouw. Verhalen over tijd, seizoenen en zijn fascinatie voor traagheid. Er werd me verteld dat ik zijn werk maar eens moest gaan lezen. Dus, hier zit ik dan, op een koude zondag op de bank, een kleedje om me heen en met een stuk monchoutaart, zijn werk te lezen. Wat me meteen opvalt aan zijn werk is zijn relaxedheid. Het gaat hem volgens mij niet om het vinden van dat ene woord wat alles bij elkaar brengt, alles overkoepeld. Hij schrijft gewoon alles stap voor stap. Hij beschrijft zijn woorden zo klein en tastbaar mogelijk. Iets wat bij de meeste mensen vaak omgekeerd is. Hij is eerlijk, want hij zegt: ‘Ik wil niet alles begrijpen, omdat ik er te ver van af sta.’

Het voelt af en toe alsof iedereen in een draaikolk van meningen leeft. We leven in een draaikolk met de beste bedoelingen. Maar wat zijn ‘goede bedoelingen’ eigenlijk? Maak je die voor jezelf of verwachten anderen dat je ze navolgt? Een vriendin van me schreef eens: Gezellig doen, voor wie doe je dat eigenlijk? Ik vond dat een verrekte goeie vraag.

We worden platgegooid met meningen, opmerkingen en bedoelingen. En weet je, ik denk eigenlijk dat dat nu eenmaal zo is. Er wordt nu hevig gevochten om ons heen, mensen willen uniek zijn. Maar stoppen we daar misschien niet teveel energie in? We willen dat iedereen ons aardig vindt, we willen geen ruzie en we willen zonder zorgen leven. We hebben denk ik  allemaal wel onze voorbeelden van mensen zoals we willen zijn. Of ja, we zouden zo willen denken. Zo relaxed. Niets begrijpend omdat we er te ver weg van staan.

Een tijdje terug zag ik Stromae op tv, bij de College Tour. Ik denk vaak aan dit fragment. Ik weet eigenlijk ook niet precies waarom, maar sommige mensen hebben nou eenmaal iets. Iets, wat gewoon lekker blijft hangen. Een soort van golf waar ze zelf opzitten en ze trekken je zo mee de surfplank op. Gewoon, vloeiend. Je kunt mensen vergelijken met ‘het klimmen op een paard’. De mensen die het easy en kalm aan doen zal het lukken. De andere ruime meerderheid, tja, die trekt gewoon te hard. ‘Amehoela’, denkt dat paard.
In ieder geval, waar ik naartoe wil is dat Stromae bij groep 1 hoort. Ik houd niet van het woord down to earth, maar tijdens dat interview met hem kwam dat in me naar boven. Die prestatie: door iedereen de hemel in geprezen worden en er zelf geen bal van snappen. Ik denk dat dat je het meest menselijk houdt: onbegrip.

Waarom willen we alles snappen? Waarom hebben we overal kritiek op of waarom proberen we allemaal zo ontzettend uniek te zijn? Allemaal uniek willen zijn is net zoals allemaal bedrijfskunde gaan studeren: als we allemaal hetzelfde willen stelt datgene geen fuck meer voor. Op school leer ik dingen zoals creatief zijn, of eerder gezegd: creatief bezig zijn. Ik vraag me nog steeds af of je dat op school kunt leren. Creatief zijn is een karaktereigenschap, geen schoolvak, lijkt me. Maar ja, als je in deze tijd met een tractor 3000 kilometer kan afleggen of een wereldberoemde Belg kunt worden, waarom zou je je dan niet kunnen ontwikkelen tot een ontzettend creatief en uniek persoon?

Moeders met dochters

Terwijl mijn eigen hardwerkende moeder nu op weg is naar haar moeder om een bosje bloemen te overhandigen, zit ik nu in de stikhete keuken met een boterham en een blok brie. Het zou niet zo mogen zijn, maar tijdens het Moederdag ontbijt om half 10 heb ik snel een ham-kaas croissant naar binnen geroffeld, mijn moeder het cadeau overhandigd (twee houten varkensbeeldjes van de Wereld Winkel) en daarna meteen met mijn mooiste duik het bed weer ingesprongen. Kopje onder gaan in mijn eigen slapende zee. 
Rond half 1 dreef ik weer boven. Alleen ik dobberde nog een uurtje tussen de lakens en creëerde een hoofdpijn van mijn luiheid. Of het kwam door het programma Ex on the Beach. Voor wie het programma niet kent: van die galopperende Bacobitches en uit het slijk gehaalde, geoliede wasrekken die samen op een goedkoop strand worden gegooid waarbij er elke dag een ex aanspoelt als een makreel met waterproof lippenstift. Fascinerend. Ik hoorde gisteren van Eefke dat deze mensen dus blijkbaar tussen de achttien en de twintig zijn. De een is hostess bij een grote club en de ander is lingeriemodel. Op hun dertiende hadden zij waarschijnlijk al acht ex vriendjes. Ik daarentegen mocht ongeveer voor het eerst in mijn eentje naar de Jumbo. 

Ik vraag me af wat deze mensen doen met Moederdag. Groupon voor een paaldanscursus? 50 gespierde mannen bestellen die om moeders bed staan te strippen in panterprint? Of misschien gewoon helemaal niks. Ergens haat ik deze prullenbakkenseries en haat ik het dat we dit maar moeten blijven uitzenden. Waarom dumpen we al deze zeepaarden niet in een bibliotheek en kijken we wie het het langst volhoudt? Of wie het eerst een boek uit heeft gelezen? Soms vraag ik me af of het niet slimmer is om een van hen een studiebeurs te schenken in plaats van een soa. 

Maar goed. Ik hoop dat alle moeders vandaag een beetje plezier hebben. Dat ze lekker met een rood wijntje en een schaaltje pinda’s met hun dochters naar een lekkere Richard Gere film mogen kijken. Mam, deze heb nog je van mij te goed. En houd je 7 oktober vrij? Youp van ‘t Hek, Verkade Fabriek, 20.30. 

Krijsen, krijtjes en Gerrie

Af en toe snappen mensen niet hoe ze overkomen. Of het maakt ze niet uit. Fijn voor hun. Maar wát heb ik me vandaag geïrriteerd aan een persoon. Ver-schrik-ke-lijk. Het was in de trein, ik was op weg naar een succesvolle dag en toen ik er voor koos om schuin tegenover een, buitenlandse, vrouw te gaan zitten (dit mag ik natuurlijk helemaal niet zeggen want het gaat er niet om dat ze buitenlands was maar oké laat mij ook een keer oké? Even kijken hoe het voelt. Oké het voelt kut ik neem het terug) Maar ja waarschijnlijk kwam ze uit Bulgarije of zo ik weet niet. Ze had in ieder geval moeite met Nederlands. Tot nu toe, valt het allemaal nog wel mee. Maar echt, wanneer ze d’r bek opentrok, alsof er een heel vies lelijk krijtje langs een schoolbord kraste, of Gerard Joling over z’n voet werd gereden en dan honderd keer, als ruziënde koala’s (heb je dat ooit gehoord? Youtube. Nu.) 

En weetje, ik weet echt wel dat ik veel zeik. Echt dat weet ik. Maar deze keer ging ik kapot van binnen. Bloedende oren, echt ik ging kapot. Het was alsof ze niet wist waar ze een klemtoon moest leggen. Wanneer ze over een blikje cola sprak kon dit dan heel schreeuwerig worden vertelt en wanneer het over een overval ging dan leek het alsof het over een blikje cola ging. Het was gewoon, schreeuwerig, irritant, krijsend, dat krijtje, en dan facking veertig minuten lang. Maar ik weet hoe ze er uit ziet, en ik zal het nooit vergeten. Deze fout maak ik nooit meer. De volgende keer als ik haar zie van Haarlem naar Den Haag stap ik in een andere wagon. Wat zeg ik? Ik pak de volgende trein wel.

Sommige mensen, weten gewoon niet hoe ze overkomen. En dat is natuurlijk een goed karaktereigenschap want je zou je maar moeten aanpassen aan al die mensen die je dagelijks voorbij lopen. Maar oké ander voorbeeld: de kantine van de Fontys in Tilburg. Daar werken drie vrouwen, rokend, koper geverfd haar en wonend in Geldrop. Ik durf te wedden Geldrop. En weetje, ik mag ze wel hoor. Maar dan heet er ook nog een Gerrie. Hallo, Gerrie? Oké je hoeft je kind ook geen Beautiful te noemen. Die fout heeft onze Idolschick Raffaela al gemaakt. Maar kom op, Gerrie. Nou ja. Gerrie dus, die wilde roken. En als Gerrie wil roken, dan moet de hele kantine weten dat ze wil roken. Het liefst wil ze dan dat alle kantinekneuten opflikkeren en dat ze dan lekker even boven de groentesoepwalm haar rook kan uitblazen. Maar haar collega had gelukkig een betere oplossing: ‘Andrea, gade gij weer effe? Dan kan Gerrie effe roken.’ 

Prachtig. Heerlijk. Dat krijsende imago van het Nederlandse volk. 

 

Hakuna your tatas

Ik weet niet hoe ADHD patiënten druk ervaren maar ik voelde me vandaag alsof 38 kinderen in mijn hoofd Tien Tellen in de Rimboe aan het spelen waren. Mijn hersenen namen de rol over van een klimrek of iets waar kotskinderen graag met zijn allen in gaan hangen en er alleen maar uitkomen wanneer zij daar behoefte aan hebben. Mijn logische verstand had de taak deze kinderen onder controle te houden. Om ze te vragen of ze wilden kappen met deze onzin. Het speelkwartier was immers al over sinds mijn vertrek naar de middelbare.

Vandaag wilde ik een kopje kapot gooien. Porselein, het liefst. Zo’n duur kopje wat altijd zo mooi en trots achter in het keukenkastje staat. Zo’n kopje wat je eigenlijk nooit gebruikt, te spijtig als het zich zou verspreiden in duizend stukken op de betegelde keukenvloer. Zo’n kopje had vandaag van mijn part mogen sterven. De agressiviteit was het waard geweest. De knal zou klinken als overwinning. Woede en razernij waren aan de winnende rechterhand die het koningskopje met een ongekende kracht en snelheid zou laten kletsen op de dodelijke afgrond.

Ik was boos. Ontzettend boos vandaag. Zo boos dat ik hoopte dat iemand thuis zou komen zodat ik hij of zij mijn boosheid kon wensen. Zo boos dat, toen er daadwerkelijk iemand thuiskwam, ik er uiteindelijk ontzettend de pest in had dat ik hem mijn boosheid had gewenst. Zo boos dat ik op zoek was naar dat ene kutkopje maar uiteindelijk naar buiten ben gelopen met de, ik kon door mijn kwaadheid even niets anders veilig vinden, allerlelijkste blauwe gympen die er ooit zijn ontworpen en deze met een duffe slag in het gras heb gegooid. Zelfs voor een curlingfilm zou het niet genoeg actie zijn geweest.

En daar stond ik, in de achtertuin. Ik keek naar links en ik zag Speedy vanuit zijn hok naar me kijken. Hij zou degene moeten zijn die stampend de Avensteinstraat wakker brult. Hij zit daar maar, in een hok, wachtend tot ie wat te eten krijgt. Als Speedy zou kunnen praten zou die me echt allang doof hebben gescholden. Ik weet dat hij, wanneer hij een mens zou zijn, me zou haten. Het zou de lul van de school zijn die salami naar me zou gooien. Maar nu hadden we even een soort van contact. Hij keek alsof ie wilde zeggen: Lian. Er is meer in het leven dan een Windows Live Movie Maker die het even niet doet. Hakuna Your Fucking Tatas.

En hij had helemaal gelijk.
Nu, 22.10. De Taliban is verdwenen, ik zit aan een kop thee met honing en krijg ik een blote billen boogie foto van Salim. Ik voel me, hoe dan ook, lichtelijk geëntertaind.
Het leven kan verschrikkelijk,
maar ook zo verschrikkelijk gemakkelijk zijn.

De kwaliteit van liefde

Het is zo’n avond waarbij je maar een aantal dingen kan bedenken die je op dat moment echt een voldaan gevoel zouden geven. Voor mij zou dit nu picknicken in de zomer zijn, tv kijken met mama of wandelen met Eefke. Niets van deze dingen bevinden zich nu om mij heen dus het is nu eigenlijk een beetje zoeken naar inspiratie, afleiding of, mijn bed. Onder de lakens kruipen en gewoon even niet bestaan. Gewoon slapen en jezelf opladen.

Deze week was een vermoeide schoolweek waarbij ik verschrikkelijk sociaal heb moeten zijn. Hoe verschrikkelijk asociaal dit ook mag klinken. Af en toe wil ik gewoon op de bank zitten, thuis, met mama, chagrijnig voor me uit staren en zeiken over hoeveel reclames er wel niet tussen een film worden gepropt. Of wandelen met Eefke, klagen over dingen die we nu eenmaal niet in de hand hebben. Of picknicken, in de zomer, op een kleedje met oude jazzmuziek waarbij de zon die op je huid schijnt je een vrolijk, zorgeloos mens maakt.

Ik mag echt zielsgelukkig zijn eigenlijk. Met de mensen die ik om me heen heb, of de mensen die ik niet om me heen heb maar wel weet dat ze om me heen zouden zijn als ik, ja, gewoon, iemand om me heen zou willen hebben. Dit weekend heb ik doorgebracht bij een geweldig lief vriendjespersoon, Salim, Sali. Sali en Lilly. Weinig activiteit. Maar een heerlijk weekend waarbij er de helft van de tijd geslapen werd, waarbij we half wakker werden en daarna nog 4 uur knuffelden onder het genot van een Lazy Sunday muzieklijst op Spotify. Dat we elkaar gewoon aankeken en dat ik wist dat er even niets fijner bestond dan deze twee tegen elkaar aangelegde matrasjes op een zolder in Schalkwijk. Het niet naar buiten moeten, het mandarijnen eten op bed en het gekus op mijn voorhoofd. Er gebeurde van alles, om ons heen waren mensen in een drukte, in een beweging met de tijd. En wij lagen daar, als asociale personen die niets van de buitenwereld wilden weten. We waren tijdloos.

Ik weet niet of liefde te meten is, maar alles heeft een zekere inhoud. Tv kijken, picknicken, wandelen of luie zondag muziek. Soms is het gewoon dat ene moment dat je net op die plek bent, met net die ene persoon. Wanneer die twee aspecten met elkaar gemixt zijn, ontstaat er kwaliteit. Tijdloze gebeurtenissen die je dat speciale voldane gevoel geven.